Kindermaten: overzicht per leeftijd en hoe je de juiste maat kiest

Written by

in

Kindermaten zijn gebaseerd op de lichaamslengte van een kind, niet op de leeftijd. Maat 92 staat bijvoorbeeld voor een lengte van 87 tot 92 centimeter, wat gemiddeld overeenkomt met een kind van ongeveer 2 jaar. Omdat elk kind anders groeit, is de lengte altijd het betrouwbaarste uitgangspunt bij het kopen van kleding.

Toch zie je op labels en in webshops bijna altijd een combinatie van leeftijd en maatcijfer. Dat maatcijfer is gelijk aan de maximale lengte in die maat. Weet je de lengte van je kind, dan kun je direct de juiste maat aflezen.

Kindermaten per leeftijd: een overzicht

Onderstaande tabel toont de gangbare kindermaten van baby tot ongeveer 10 jaar. De lengtes zijn richtlijnen; meet je kind altijd zelf op voor de meest betrouwbare maat.

Leeftijd Lengte Maat
1 jaar 80 – 86 cm 86
2 jaar 87 – 92 cm 92
3 jaar 93 – 98 cm 98
4 jaar 98 – 104 cm 104
5 jaar 105 – 110 cm 110
6 jaar 111 – 116 cm 116
7 jaar 117 – 122 cm 122
8 jaar 123 – 128 cm 128
9 jaar 129 – 134 cm 134
10 jaar 135 – 140 cm 140

Staat je kind bijvoorbeeld op 100 cm, dan past maat 104 het beste. De kleding heeft dan nog iets speelruimte, zonder direct te groot te zijn.

Lengte meten: zo doe je het goed

Meet je kind staand, met de rug tegen een muur en de voeten plat op de grond. Leg een boek of liniaal horizontaal op het hoofd en maak een streepje op de muur. De afstand van de grond tot dat streepje is de lichaamslengte. Doe dit bij voorkeur ‘s ochtends, want door de dag heen kunnen kinderen een paar millimeter kleiner lijken door de belasting op de wervelkolom.

Bij baby’s die nog niet kunnen staan, meet je de lengte liggend: van de kruin van het hoofd tot de hielen, terwijl de beentjes gestrekt zijn. Dit heet de liglengte en wijkt soms een centimeter of twee af van de staande lengte.

Valkuilen bij het kiezen van kindermaten

De leeftijdsaanduiding op kleding is een gemiddelde. Een stevig gebouwde vierjarige kan prima in maat 110 lopen, terwijl een slank kind van dezelfde leeftijd nog goed in maat 98 past. Vertrouw altijd op de gemeten lengte, niet op de leeftijd op het label.

Een veelgemaakte fout is alvast een maatje groter kopen “zodat het langer past”. Dat klinkt praktisch, maar broeken die afzakken of mouwen die over de handen vallen zijn niet alleen onhandig, ze kunnen bij jonge kinderen ook een valrisico zijn. Koop liever precies de juiste maat, of hooguit één maat groter als het kledingstuk erg strak gesneden is.

Let ook op het merk of land van herkomst. Europese maattabellen volgen grotendeels dezelfde systematiek, maar Amerikaanse of Aziatische maten kunnen flink afwijken. Een “size 4T” uit de VS komt niet automatisch overeen met maat 104 in Nederland.

Wanneer is een maat te klein of te groot?

Een maat is te klein als de kleding spant bij de schouders of in de kruis, als de onderkant van een shirt de navel niet meer bedekt, of als de mouwen tot ver boven de pols eindigen. Te grote kleding herken je aan schoudernaad die op de bovenarm valt of een broekband die meer dan een paar centimeter te ruim zit, zelfs na het aanpassen van de elastiek.

Kinderen groeien gemiddeld zo’n 5 tot 7 centimeter per jaar in de kleuterleeftijd, en iets minder snel daarna. Dat betekent dat kleding in de kleinere maten soms maar één seizoen meegaat. Bij twijfel tussen twee maten is het slim om te kijken naar het kledingstuk zelf: een sweater verdraagt een maatje groter beter dan een strakke jeans of een zwempak.

Ken je de lengte van je kind, dan ben je met de maattabel hierboven in de meeste gevallen meteen goed. Twijfel je toch, meet dan ook de tailleomtrek en de binnenbeenlengte, want die extra maten helpen vooral bij broeken en rokken om de perfecte pasvorm te vinden.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *